donderdag 18 januari 2018

Oude aanzichtkaarten van Baarn

Regelmatig kom ik ook diverse aanzichtkaarten tegen. Hierbij weer zo'n verzameling van deze kaarten























.
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

         

donderdag 11 januari 2018

Het Taanhuis en het Vissersmerk

Tot de inventaris van de oude taanschuur behoort een aantal karren en kruiwagens, daar niet iedere schipper over eigen vervoermiddelen beschikte. Verder staat in een hoek van de schuur nog een merkwaardig oud bord, waarop in witte verf oude vissersmerken zijn aangebracht. Vroeger hing dit bord op een duidelijke plaats in de taanschuur. Maar nu het
vissersmerken
geen dienst meer doet, is het in een vergeten hoek weggezet. Het was allang vervangen door een ander zwart bord, waarop met krijt de wettelijk voorgeschreven letters en nummers, die het schip moet voeren, waren geschreven en dat het oude vissersmerk deed verdwijnen. De visserman voerde dit kenteken ook op zijn viswant om zijn eigendom makkelijk te herkennen. De archaïsche vissersmerken raakten hierdoor in onbruik en werden vervangen door letters en nummers, waaraan men kan zien waar het vaartuig thuis behoort. De oude merken werden aangebracht op een bepaalde kurk van de netten, bij een ander soort netten weer op het lood of de staken. Zij hadden vrijwel geen ander doel dan herkenningsteken te zijn, wanneer het viswant in zee staat en vooral wanneer dezelfde soort netten van vele vissers bij de taan baas worden getaand en zij alleen aan deze merken van elkaar zijn te onderscheiden (3 Eigen Volk, jrg. 1930).


Bepaalde merken - hier citeren wij J. Koelewijn - zijn van geslacht op geslacht overgegaan. Wanneer meerdere zoons in het bedrijf van vader overgingen was het oude merk voor de oudste, terwijl andere zonen een kleine wijziging kozen met behoud van het oorspronkelijke merk. In het Gooise Huizen deelde de hoogbejaarde visser Jan de Groot mede, dat zijn vader het vissersmerk X op al zijn netten en verder vistuig voerde. Het was op kurken gebrand en in het lood gekerfd, zowel van de bot- als de haringnetten. Later, toen hij als schipper voer, kreeg hij wel het merk.van zijn vader, doch het werd gewijzigd door een streepje eraan toe te voegen. Als zelfstandig schipper behoorde voortaan dit merk aan hem.

De oorsprong en de tijd wanneer de merken in gebruik zijn genomen liggen volkomen in het duister. Wel weten oude vissers van Spakenburg en Huizen, dat de merken ook door hun grootvaders en vaders werden gebruikt en het nooit anders was geweest, tot de invoering van het wettelijk voorgeschreven kenteken op het schip. Dit kenteken werd toen ook aangebracht op het viswant en van lieverlede raakten de oude merken uit de tijd. De merken waren nodig niet alleen bij het tanen, doch ook wanneer men zijn netten verspeelde bij storm of ruw weer. Spoelden zij hier of daaraan, dan bracht het oude vissersmerk uitkomst en kon men zien wie de eigenaar was.

Dergelijke vissersmerken zijn ook elders bekend. Omstreeks 1940 tekende S. J. van der Molen (Vissers van wad en gat, Leeuwarden 1962) in Wonseradeel de merken op van verschillende vissers. En in De Lemmer leeft de herinnering eraan ook nog. Reinhard Peesch vermeldt ze in Die Fischerkommünen auf Rügen und Hiddensee' Berlin 1961. Ze hadden geen ander doel dan herkenningsteken te zijn en zij hadden evenals Spakenburg namen; niet alle, doch enkele. Zulke merken zijn een stuk geschiedenis van eigen heem. Zij staan bekend, onder de verzamelnaam huismerken. Maar er komen talrijke afwijkende benamingen voor als grafmerken, koopmansmerken, poortersmerken, analfabetentekens, meestertekens, notaristekens en vissersmerken. De huis- en hofmerken worden als eigendomskenmerk door eigenerfde boerengeslachten gevoerd en hielden oorspronkelijk verband met het erf, de hoeve.  Alle werktuigen werden van het eigen merk voorzien door middel van inslaan, insnijden, of inbranden. Zelfs de schapen van de vissers op het eiland Rügen kregen het voor ieder bekend merk, op een lap genaaid, die zij op de rug droegen.   



Spakenburgse vissersmerken
Het zijn simpele inkervingen of insnijdingen, die gemakkelijk op hout of ander materiaal dat zich hiertoe leent, zijn aan te brengen. De vissersmerken van Spakenburg zijn zonder meer herkenningstekens, die rechtskracht hadden, al waren zij niet wettelijk voor- en ingeschreven. Of de merken zijn voortgekomen uit de analfabetentekens of handgemalen, zoals wij die wel aantreffen in oude dokumenten, valt niet meer te bewijzen. In Spakenburg en Huizen kwamen zij uitsluitend voor op het vistuig van de visser en nergens anders. Op huisraad of andere gebruiksvoorwerpen zag men ze niet. Wel gebeurde het dat oudere vissers hun merk op hun zilveren breeksknopen krasten. Een oude visser, met de bekende naam Koelewijn, vertelde dat hij zijn merk IVIV op zijn broeksknopen had gekrast, toen hij voor de eerste keer als zelfstandig schipper voer. In geval hij op zee zou zijn 'gebleven' en hij toch gevonden mocht worden, zou het merk het herkenningsteken zijn. Om ons te overtuigen gespte hij zijn knopen, twee zilveren daalders uit de 18de eeuw los en liet hij ons zijn merk zien. Het was zijn eigendom geworden, nadat een schipper was gestorven die dit merk voerde en geen opvolgers meer had. Het aannemen van een merk was niet aan vaste regels gebonden. Wel bleef een bepaald merk, zolang de eigenaar leef de, in de familie. In het aangrenzende Bunschoten met zijn boerenbevolking komen, voorzover bekend, deze merken niet voor, terwijl men juist daar toch bekend moet zijn geweest met deze vissers, met wie men dagelijks omging. Was het gebruik daar reeds vanouds verdwenen of volledig onbekend? Handhaaf den zich de vissersmerken, omdat het vistuig moeilijk was te onderscheiden en landbouwgereedschap meer aan huis en plaats is gebonden?
 
J. Koelewijn, in Eigen Volk, noteerde 72 verschillende vissersmerken toebehorende aan Spakenburgese vissers, die hij waarschijnlijk van de eigenaars zelf verkreeg. Het zijn rechtlijnige figuren. Enkele dragen een afzonderlijke naam. Zo heet bijvoorbeeld

nr. 5 'n hoanepoot

nr. 4 'n steering

nr. 25 voantje-vol

nr. 48 'n spieringbiit

Schuine strepen heten sjunne en rechte kip (nr. 3 en 32). Aan de Waddenkust, volgens S. J. van der Molen, werden vrijwel dezelfde benamingen gebruikt: haonepoot (een V waarin een vertikale streep), steering (= ster), vaantje-vol (vier staande strepen met een dwarsstreep van linksonder naar rechtsboven er doorheen), spieringbiit (driehoek). Reinhard Peesch vermeldt ze eveneens ('Einzele Marken, die vertrauten Geräten ähnlich sehen, gibt man oft einen Namen'). Sommige zijn niet anders dan de kapitalen van de voor- en achternaam, die zijn samengevoegd. De naam van de eigenaar zal bij de keuze wel een rol van betekenis gespeeld hebben, daar zulke letters zijn weer te geven in enkele simpele lijnen. Andere lijken veel op romeinse cijfers.

het taanhuis van Hoorn

Op het zwarte bord zijn met witte verf de vissersmerken aangebracht, naast de initialen van de eigenaars. Of dit vroeger ook het geval is geweest, is niet bekend, daar J. Koelewijn in zijn artikel het oude bord niet vermeldt. Toch moet het toentertijd al aanwezig zijn geweest. De merken zijn onder elkaar aangebracht, doch vele zijn moeilijk te onderscheiden. Het bord wordt niet meer gebruikt. Worden er nu netten of zeilen getaand, dan schrijft de taan baas met krijt het voorgeschreven kenteken op een bord, dat nadien gemakkelijk kan worden uitgewist.

Oude taanschuren stonden vroeger in een kwaad gerucht. In de werkruimte hing een mystieke sfeer: het halfdonkere vertrek, de wolken rook en stoom, de doordringende geur. Geen wonder dat de vreesaanjagende sage nog voortleeft onder de oude vissersbevolking. In en om de toanschuur spookte het in het verleden, geheimzinnige geluiden werden er gehoord, 's nachts om twaalf uren, dan was het soms of er nog volop gewerkt werd. De oude vissers kennen deze verhalen - waar gebeurd - waarbij toehoorders de koude griezels

een taanhuis van binnen
over de rug lopen. Ver halen waarin veulens zomaar tussen rustig pratende mannen springen; zwarte honden worden gezien, die groter en groter worden, de nachtmerrie, het bloedwijf die mensen bespringt en toch in bedwang wordt gehouden met een brokje gaal (= net); geheimzinnige stemmen, die uit het water komen en “oavondmoal houwe”, waar de duvel mee speelde. Sagen uit een verre tijd, toen Spakenburg nog een volkomen geïsoleerd dorpje was.
 
Naar school
naar school
De visserij was vroeger en is ook nu nog een hard bestaan. Kinderarbeid was normaal. Kleine jongens, nauwelijks de schoolbanken ontwassen, tien of elf jaren oud, gingen met vader mee vissen, de zee op. Vrouwen en meisjes werkten veelal in de visserijbedrijven. Haring speten was vrouwenwerk. De haringen werden aan spijlen geregen (200 stuks = een tal) om ze te roken. Ontstellend moet de armoede geweest zijn in de winter, wanneer de visserman noodgedwongen thuis moest blijven. Wel werden deze maatschappelijke toestanden aanvaard, als ingesteld door een hogere macht. Toch werd in het verleden menig visserskind erop uitgestuurd om te gaan bedelen in Bunschoten, waar boeren woonden, die nog wel een stuk brood hadden voor het arme visserskind. Bij de boeren immers leed men geen gebrek. Gelukkig is dit verleden tijd. Vetpot is het echter nooit geworden. Alleen een tijdje na de eerste en tweede wereldoorlog ging het de visser goed. En in het noordoosten groeit langzaamaan de dijk die het vissersdorp Spakenburg t.z.t. een volkomen ander aanzien zal geven.
 
Bron:  Beeld van Eemland van E.Heupers

Bent u geïnteresseerd in dit boek? Klik hier

 
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

       

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

maandag 8 januari 2018

Zeg, hebben jullie opgeruimd?

door Cees Roodnat

Heeft u de nacht voorafgaand aan de uitverkoop weleens in een slaapzak doorgebracht voor het winkelpand waar u prijskortingen werden beloofd van 50% of nog meer? Heeft u tijdens de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf weleens twee vrouwen zien touwtrekken aan het zelfde afgeprijsde jumpertje? Hoewel ik me zulke taferelen in ons dorp niet kan herinneren, wonen ook hier van ouds her ‘koopjesjagers’ en middenstanders die voor bodemprijzen van hun voorraad af willen en dat in sappig reclamejargon met koeienletters op hun winkelruiten aankondigen.

Ook bestond in elk dorp of stad wel een zaak die zich De Prijsbreker noemde. De Opruiming of Uitverkoop was en blijft een fenomeen om naar uit te kijken.
Tegenwoordig mag er het hele jaar door ‘uitverkocht’ of ‘opgeruimd’ worden, maar vroeger waren daar vaste momenten voor. Aan het begin of eind van een seizoen (december/januari en in juni/juli). Nu heet dat ‘Winter’- of ‘Zomer’-sale. Met name in de Kledingbranche liggen de prijzen tijdens zo’n uitverkoop tussen de 10 en 70% lager dan normaal, wat bij klanten die daar gevoelig voor zijn tot de koortsige uitwassen kan leiden als hierboven beschreven.
Maar misschien heeft u op Black Friday (een uit de VS overgewaaide koopgekte rond Thanksgiving Day) 24 november j.l. al uw slag geslagen, of de voorbije week met korting kleding gekocht of in de dozen met afgeprijsde boeken gegrasduind bij Boekhandel Den Boer. Ter voorkoming van misverstanden: Uitverkoop in januari wordt ook wel ‘Balans-Opruiming’ genoemd, maar balansen (het opmaken van een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen aan het eind van het boekjaar, als onderdeel van de jaarrekening) en het voorbereiden van een opruiming begin januari, hebben in principe niets met elkaar te maken. Het één doe je voor je accountant en/of de bank, het andere om van té gedateerde voorraad af te komen of nieuwe te introduceren. Bij Boekhandel Den Boer, waar ik een tijd heb mogen werken volgde ‘in mijn tijd’ het één nog op het ander. Op de eerste maandag van het nieuwe jaar bleef de winkel een hele dag lang potdicht. We gingen ‘balansen’ en hoe dat vroeger toeging heb ik ooit eens op rijm gezet.


Balansen

De eerste maandag van het jaar
dan zijn wij onbenaderbaar.
Wij maken de balans weer op
van inkoop, verkoop, top of flop.

Wij vlooien alle kasten door
en komen boeken op het spoor
die licht beschadigd of onrein
of ver over de datum zijn.

Een deel ervan gaat op een hoop
voor prullenbak of UITVERKOOP!
De anderen gaan rug aan rug
verkoopbaar in hun kasten terug.

Elk boek of tijdschrift wordt geteld
en op een formulier vermeld.
Zo dat de Groot-Inquisiteur
ons niet ‘verrast’ met zijn gezeur.

‘t Is goed dat schrijvers dit niet zien
Hun huisvlijt wordt weleens met tien
soms twaalf of dertien exemplaar
gemold in de versnipperaar.

Je hoort bijkans de boeken kijven:
“Ach, laat ons nog een jaartje blijven.”
Het angstzweet parelt op hun kaft
“Waarom ben ik ooit aangeschaft?”

Een klant die bij de voordeur schuift
wordt wat meewarig weggewuifd.
Fax, telefoon en internet
Staan onvermurwbaar op belet.
Het is een jaarlijks ritueel
dat van ‘t voltallig personeel
met hulp van vrinden, man en maagd
Een lange dag de aandacht vraagt.

We zitten bij de pakken neer
En smeken Onze Lieve Heer
dat ons meedogenloos karwei
ook dit jaar weer gezegend zij.

Wat ‘varia’ en laatste loodjes
worden omringd met soep en broodjes
En O, is het niet wonderbaar? 
We zijn zowaar ‘van zessen klaar.’

Het zit erop, het is gedaan.
De rug gerecht, de jassen aan.
Hoort bij dit werk geen smartengeld?
We zijn volledig ‘uitgeteld!’

Maar morgen roept men goedgeluimd:
“Zeg, hebben jullie OPGERUIMD?”

Anno nu hebben de meeste winkeliers hun voorraadbeheer volledig geautomatiseerd. Maar tellen gebeurt nog steeds, nu met behulp van een scanner. Het gebeurt bij Boekhandel Den Boer alleen  niet meer elk jaar. Zo om de 3 á 4 jaar wordt een totale controle gehouden. (Er sluipen altijd weer foutjes in of een proletarisch winkelende klant.)  Toevallig is dat dit jaar weer raak, dus op maandag 5 februari a.s. zult u de deur gesloten vinden. De traditie van een uitverkoop in januari blijft gelukkig gehandhaafd. Dat moet in de tijd van meneer Den Boer zelf, zo rond de vorige eeuw- wisseling, naast al die boeken nog een hele klus geweest zijn met al die kroontjes- en vulpennen, inkt (al of niet Oost-Indisch), elastiekjes, gummetjes, ‘aangezichts’-kaarten, kalenders, leesportefeuilles en bladen zoals de Wereldkroniek, de Prins, Het Leven (er was nog geen TV) enz.enz.

Hoe dan ook wens ik u nog een ‘gezegende’ koopjesjacht, ook buiten de boekhandel!


Cees Roodnat












Dit verhaal verscheen op maandag 8 januari 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

zaterdag 6 januari 2018

Wie, wat, waar: Anthony van der Helden, kunstenaar en tuin- en landschapsarchitect

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.


Anthony van der Helden (1835-1902) was een kunstzinnig figuur. Hij kon prachtig schilderen en had een kwekerij in Baarn. Deze kwekerij zou later (per ongeluk) in handen komen van Lambertus Kuijer (1864-1919). Klik hier om hierover te lezen.

Anthonie van der Helden was echter ook tuin- en landschapsarchitect en werkte vaak voor de gemeente Baarn. De bewijzen daarvoor zijn nog steeds in Baarn te vinden, bijvoorbeeld het parkje langs het spoor bij de Gerrit van der Veenlaan met de rustieke bruggetjes.

Maar Van der Helden moet nog meer ontworpen hebben in Baarn. Waarschijnlijk is het stuk langs het spoor aan de Vondellaan ook van zijn hand. 

Wie heeft meer informatie over deze Anthony van der Helden? Zijn er nog ontwerptekeningen, archiefstukken, foto's en andere documenten over hem of zijn werk te vinden?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!


De uitzendingen van RTV Baarn zijn te zien via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook

Ook via Xs4all en Telfort met de witte afstandsbediening op kanaal 626 en via XMS, Edutel, Fiber.nl, Stipte, Lybrandt en Telfort met de zwarte afstandsbediening op kanaal 2125.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

donderdag 4 januari 2018

Het volk van Bunschoten/Spakenburg

Het landelijk Bunschoten en Eemdijk met het vissersdorp Spakenburg vormt samen een gemeente, onder eerstgenoemde naam. Het ontstaan van Bunschoten is onzeker: 1000 – 1100.Voor 1300 had Bunschoten stadsrechten, waaraan oude benamingen als Burgwal en te Spaken­burg, de Oude- en Nieuwe Schans herinneren.

Karakteristiek voor dit gebied is de gemeenschappelijke klederdracht van zowel de boeren als de vissers. Vooral onder de vrouwen en meisjes is het oude kostuum nog zeer resistent. De typische kinder­dracht is te Bunschoten en Spakenburg volkomen verdwenen. Eem­dijk heeft zijn kinderdracht nog weten te behouden, wat wellicht is toe te schrijven aan de enigszins geïsoleerde ligging. Hoewel dit aan­zienlijk minder is geworden sinds een aantal jaren geleden. Men ziet echter nog wel kinderen (in 1966), die in de kinderdracht gaan, meer meisjes dan jongetjes. Er doet zich in deze dorpen het verschijnsel voor onder de meisjes van zestien, achttien jaar en soms wel ouder, dat zij zich op die leef­tijd gekomen voelen aangetrokken tot het flatterende streekkostuum, dat moeder en grootmoeder droegen toen zij zo oud werden. Tege­lijkertijd treden er echter modeverschijnselen op, waaraan de moderne tijd niet vreemd is. De zwarte kousen zijn vervangen door nylons, waarbij modieus vrouwelijk schoeisel wordt gedragen, al gaat men in het traditionele kostuum. Bij warme dagen zijn blote armen bepaald 'in' bij het jongere geslacht. De halve mouwen ziet men nog alleen bij oudere vrouwen, welke nog geen inbreuk willen maken op de dorpsadat, die het dragen van halve mouwen voorschrijft, die de bovenarmen bedekken. De hullemuts die het hele hoofd bedekte is verdwenen en vervangen door een koket gevalletje, een gehaakt mutsje, dat vrijheid laat aan het haar en meer achter op het hoofd wordt gedragen. Deze muts was vroeger de eigenlijke russenmuts. Oude vrouwen dragen thans nog de ouderwetse hullemuts, die bij de jongere generatie heeft af gedaan.
De jonge vrouw of het meisje uit de boerenstand, dus uit Bunschoten en Eemdijk, ging met haar tijd mee. Zij steekt zich onder het mel­ken van de koeien in werkkledij, de blauwe overall. Haar witte muts houdt zij echter hierbij op. Deze is nog niet vervangen door een hoofddoek, zoals men die overal elders bij dit werk ziet. Behalve bij enkele ouderen is de mannendracht vrijwel verdwenen. De mannen gaven de voorkeur aan een konfektiekostuum, al wordt 's winters bij koud weer de blauwe schipperstrui gedragen, vooral door de mannelijke bevolking van Spakenburg.

'Gaal' boeten te Spakenburg
In het algemeen bewaren de vrouwen en meisjes beter hun klederdracht dan de mannen, die er eerder toe overgingen zich op z'n burgers te kleden. De vissersbroek is niet meer strikt noodzakelijk en niet bepaald geschikt voor arbeid in de fabriek of op het land. De gouden tijden voor de visserman zijn voorbij, voor altijd. Eens waren de havens van Spakenburg wouden van masten, als de vloot aan het eind van de week binnenliep en er r 80 tot over de 200 schepen lagen gemeerd. Overwegend waren dit botters, later kwamen er motorkotters bij, doch deze waren in de minderheid. Waperende wimpels in de wind wiegende netten, dat wàs het beeld van een bedrijvige zaterdag in Spakenburg.

Wasdag te Spakenburg
Vroeger werd gevist op de Zuiderzeeharing, een puike vis. Er was vraag naar en de palingrokerijen schoten uit de grond. Daarnaast leverde de botvisserij een goede boterham op en verder viste men nog op garnalen en paling. Een gedeelte van de vangst, voornamelijk paling, werd af gevoerd naar Volendam. Dit werd anders, toen men zich te Spakenburg toelegde op de palingrokerij. Dit was noodzakelijk, daar de haring door de af sluiting van de Zuiderzee het liet af weten, de toegang tot de oude binnenzee was immers afgesloten. De vishandel bleef echter bloeien. Straat- en groothandel haalt nu zelfs verse vis uit Scheveningen, IJmuiden en Den Helder. De Spakenburger ziet er ook niet tegen op om naar België (Ostende) en Duitsland (Hamburg) te trekken om daar vis te halen. De straathandelaren bestrijken een groot rayon en de Spakenburger vishandelaar is op de marktdagen in de grote gemeenten in de buurt van Spakenburg een nooit ontbrekende verschijning. Zijn vrouw of dochters in de bekende streekdracht brengt de zo nodige fleur-en-kleur. Tussen de vissersbevolking en de boerenbevolking van Eemdijk en Bunschoten bestonden vroeger wel maatschappelijke verschillen. De boer gebonden aan zijn land en vee had een meer gefundeerd bestaan dan de doorgaans arme visserman, die afhankelijk was van de wind en het water. Het was deze wisselvalligheid die op de boer de indruk maakte, dat de visser 'een avonturier' was die het er maar op waagde. In de ogen van zijn buurlui, de boeren, werd hij vaak miskend, zijn aanzien was gering. Armoede was in het verleden niet zelden zijn deel. Men weet nog te verhalen dat in de winter, wanneer de visserman werkloos thuis zat, kinderen naar Bunschoten en Eemdijk werden gestuurd om een stuk, een boterham. Moeder had geen geld meer om brood te kopen. 's Winters werden er schulden gemaakt bij de bakker en kruidenier, die 's zomers weer werden terugbetaald, als de visserij weer voldoende opleverde. De boeren zaten in verschillende kolleges, als waterschappen, de gemeenteraad en het kerkbestuur, waar voor de vissers nauwelijks plaats was een vijftig jaren geleden. Boerenzoons en vissersdochters trouwden niet met elkaar en omgekeerd was dit ook het geval.
de haven




de dorpsstraat
Op godsdienstig terrein waren de verschillen minder diep, hoewel de meningen hierover dikwijls uit elkaar liepen. In het algemeen was en is men zeer rechtzinnig. De Gereformeerde belijdenis heeft een sterke aanhang. Een van de meest kenmerkende eigenschappen is wel de strijdvaardigheid op het gebied van godsdienstzaken, die ertoe geleid heeft dat er meerdere kerkgenootschappen ontstonden. Van huis uit Calvinist is dit volk, oranjegezind, zonder een zweem van kruiperigheid. De steile godsdienstijver heeft zelfs bij vele families een scheuring teweeggebracht. Overtuigd van 'het goede' zette men door, zonder zich te bezinnen om de gevolgen.

Hoe erg het toeging leert ons het boekje Uit de oude doos, waaruit wij het onderstaande citeren (1)  T A. Blokhuis, Uit de oude doos. Wat een eeuw geleden in Bunschoten en Spakenburg is geschied. De Afscheiding 25 juni 1836-26 juni 1936, Spakenburg z.j., blz. 118 e.v).

'Er was veel onenigheid in de boezem des Kerkeraads. 't Was de barenstijd van onze gemeente (Gereformeerde gemeente). De stormen drangperiode volgde. En daar zitten wij in 1840 volop in. (Hier wordt de Afscheiding in 1836 bedoeld).

De geboorte was zwaar geweest, de kinderjaren onzer gemeente waren niet minder gedrukt. 't Pad ging niet over rozen. Onze wiegezangen werden begeleid door knallende commando's van officieren, sergeants en korporaals. Van alle zijden was persing en spanning. Deze druk drijft naar God, maar de drukking der melk vormt boter. Ondanks alle vervolgingen heeft het God behaagd onze gemeente uit te breiden.

De grote tegenstander zat niet stil. Fel begon zijn aanval de gemeente te schokken. Ketterse gevoelens werden openbaar. Een zekere Jacobus Poort kreeg vele aanhangers. Tijmen Letter werd al spoedig zijn rechterhand en medestander. Beiden vurige aanhangers van een nieuwe leer. Poort wilde ten koste van alles leider worden, doch dit werd afgewezen door de toenmalige Kerkeraad, die allerminst was ingenomen met deze geestdrijverij. Poort verkondigde dat hij toch tot het ambt zou geraken, zonder ervoor te studeren.  

Hij was het die zijn openbaringen verspreidde. De Heere had hem onder anderen getoond, dat spoedig de wereldlijke en kerkelijke regeringen zouden worden vernietigd. Ook werd hem geopenbaard, dat de gemeente geen predikanten of ouderlingen meer zou behoeven. God had hem opdracht gegeven om op geduchte wijze de mensen te waarschuwen. Bekeert u, en beweent uwe zonden. Daarom maande hij met kracht aan, om alle af goden weg te werpen. De mannen, zowel als vrouwen moesten zich in rouwgewaad kleden, van het hoofd tot de voeten. Ja, zelfs paarden en wagens moesten in het zwart gaan. Alle huizen der gemeente moesten zowel vanbinnen als buiten, zwart geverfd zijn. De afgoden moesten weg. Daarom moesten alle gouden en zilveren sieraden, alle sierlijk vaatwerk en alle fraaie meubelstukken vernietigd worden. Het was zonde, zo oreerde Poort verder, als men spijs of drank gebruikte uit gekleurd vaatwerk. Alle kleur of versiersel vertoornde den Heere; Het was uit den boze.

De leer van deze geestdrijver vond ingang, gezelschappen kwamen bijeen. En al spoedig voegde Poort de daad bij het woord. Toen de aandrang hem schijnbaar te machtig werd, zette hij de zaag in de poten van zijn mahoniehouten kabinet en begon hiervan brandhout te maken. De staartklok onderging hetzelfde lot. De kastdeuren werden met de bijl opengekloofd; de spanen vlogen in het rond. De glazenkast werd leeggeveegd en alle glazen en verdere porcelein- en aardewerk aan scherven getrapt. Er ontketende zich bij sommigen een ware beeldenstorm. De vrouwen deden ijverig mee. Met schorten vol porcelein en aardewerk liepen zij naar de sloten achter hun erf en stortten ze daar leeg. Van het kostbaarste porcelein maakte men een paadje op de weg. Weer anderen sloegen met een bezem de schilderijen van de wand. Heel wat Genoveva's zijn aan stukken gegaan. Er werd door 'de zwarten' voor een kapitaal moedwillig vernield. In menige woning werd een ware verwoesting aangericht.

op de uitkijk naar de boten
Profetieën over een naderend wereldgericht waren niet van de lucht. De vlammen zouden het eerst uitslaan op de zee. Met grote snelheid zou de brandende zee de haven met de schuiten aantasten en spoedig zouden van alle zijden de vurige vlammentongen de ganse aarde overdekken. Vooraf zou door de verderfengel de huizen van een merkteken worden voorzien. Er werd huisbezoek gedaan in verband met deze heersende dwaalleer, die ernstige vormen begon aan te nemen. Velen bleven doorgaan en gooiden hebben en houden op de mesthoop. De verkeerde neigingen 'der zwarten', zoals zij werden genoemd, zij die zichzelf voor de allervroomsten hielden en leef den naar dat hun dwaze hart hun ingaf - die Gods woord zelf verklaarden naar de mening van hun vertroebelde geest - groeiden aan. Wel had de Satan zijn juiste pijlen gericht, op hen, die zich niet langer dekten met het borstwapen der gerechtigheid - die niet langer hanteerden het zwaard van Gods woord. De zwarte tijd is een zwarte bladzijde uit de geschiedenis onzer jeugdige kerk. Om der wille van de waarheid moet dit vermeld. Liever hadden wij het in de pen gehouden. Deze godsdienstige uitwassen van een geëxalteerde groep geestdrijvers namen tenslotte een einde. De excessen hielden op en men keerde terug naar een normaal leven.
De herinnering aan de zwarte tied is er nog wel en hier en daar kan men, zoals op de Eemdiek, horen vertellen hierover. De berepoten van het beste kabinet werden ofezaagd en de gebeeldhouwde engelen op de kastdeuren werden er ofehoald. 'Gin beelden meer in huus 't Sting in de Schrift'. Maar dat is ook alles. Wat de mensen heeft bewogen in die tijd is niet bekend. Een soort godsdienstige massapsychose, aangewakkerd door een geestdrijver, die handelde naar - volgens hem - goddelijke inspiratie. Er wordt nu slechts meewarig om geglimlacht, het was immers slechts van voorbijgaande aard. Oude boerderijen zijn er weinig in dit deel van Eemland. De meeste dateren uit het midden van de vorige eeuw en hebben zowel uit- als inwendig veel veranderingen ondergaan. De boer gaat hier met zijn tijd mee. Bunschoten en Eemdijk kennen alleen veeboeren, de ploeg als werktuig is er onbekend. Als een bijzonderheid mag nog wel genoemd worden, dat deuren en ramen aan de binnenzijde vaak rood of donkerbruin zijn geschilderd. Van stijlopvatting in de zwarte tijd is geen spoor meer over. Men houdt ook van gekleurde tegels met kinderlijk primitieve voorstellingen, die toch niet ouder zijn dan I50 jaren. De mannendracht is te Eemdijk meer resistent dan te Bunschoten. Er zijn nog vele diekers, die eraan vasthouden. Nog is de kinderdracht hier niet geheel verdwenen. En al woont het gezin in een moderne woning, voorzien van ijskast en bankstel, de jonge vrouw gaat er rond in haar fraaie streekkostuum.

Bron:  Beeld van Eemland van E.Heupers


 Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl